top of page
u9169631825_a_light_purple_ink_hand-drawn_illustration_of_art_af611971-a5a0-4202-96df-2685

De 3 vormen van weerstand die elke zorgverlener moet kennen

Gemini_Generated_Image_m5hi2wm5hi2wm5hi.png

40% van de patiënten in de eerstelijnszorg volgt medische adviezen niet op zoals voorgeschreven. 70% van de artsen ervaart weerstand als een van de grootste frustraties in consulten. 85% van de zorgverleners zegt dat betere gespreksvaardigheden zouden helpen bij het omgaan met weerstand.


Dit laat zien: weerstand is geen uitzondering, het is de norm. Maar de manier waarop we ermee omgaan, bepaalt wel of een patiënt (of je partner) meebeweegt of afhaakt.
 

Weerstand is geen onwil, maar een natuurlijke reactie op verandering. En het is er in verschillende vormen. Wetenschappers gebruiken verschillende modellen om weerstand te verklaren, maar één van de meest bruikbare in de zorg is het Alpha-Omega-model.

 

Dit model onderscheidt drie veelvoorkomende soorten weerstand:

  1. Vormen van weerstand onderscheiden volgens het Alpha-Omega-model:

    • Reactance: Emotionele weerstand door bedreigde autonomie.

    • Scepticisme: Cognitieve twijfel en behoefte aan zekerheid.

    • Inertia: Gebrek aan energie of prioriteit, ondanks goede intenties.

 

Een voorbeeld;
Reactance: "Ik bepaal zelf wel wat ik doe!" 

Dit is emotionele weerstand. Zodra mensen het gevoel hebben dat hun autonomie wordt bedreigd, schiet hun brein in de weerstand.

Voorbeeld: Je zegt tegen een patiënt: "U moet echt stoppen met roken." De patiënt voelt zich betutteld en reageert met: "Ik bepaal zelf wel wat ik doe!"

 

Wat zegt de wetenschap? Reactance ontstaat vooral als mensen het gevoel hebben dat ze gedwongen worden of geen keuze hebben. Studies tonen aan dat als je mensen autonomie geeft (“Er zijn verschillende opties, wat past het beste bij u?”), de weerstand drastisch afneemt. 

Altijd als eerste op de hoogte van nieuwe lessen?


👉 Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

bottom of page